Een beknopte chronologie van de kunststofgeschiedenis.

1770  De chemicus Joseph Priestley ontdekt dat natuurrubber potloodstrepen kan verwijderen. Het materiaal wordt rubber genoemd, naar het Engelse werkwoord voor wrijven: to rub. De vlakgom doet zijn intrede.

Negentiende eeuw – 1800 – 1900

1833 Braconnet (Frankrijk) maakt nitrocellulose uit stro, linnen en zaagsel.

1834 Justus von Liebig (Duitsland) ontdekt melamine-formaldehyde. Pas een eeuw later wordt het doorontwikkeld.

1840 Thomas Hancock (Engeland) ontwikkelt gevulcaniseerd rubber, een halfsynthetisch plastic. Ook wel hardrubber, vulcaniet of eboniet genoemd. Door toevoeging van zwavel aan natuurrubber of latex ontstaat een hard materiaal, dat geschikt is voor een breed spectrum aan toepassingen.

Christian Friedrich Schönbein - beknopte chronologie geschiedenis kunststoffen

Christian Friedrich Schönbein.

1845  Christian Friedrich Schönbein (Zwitserland) ontwikkelt cellulosenitraat, ook wel schietkatoen genoemd. Het is een halfsynthetische kunststof, gemaakt door salpeter- en zwavelzuur in te laten werken op natuurlijke cellulosevezels van hout of katoen. Zeer brandbaar en explosief.

1854 Eerste kunstzijde gemaakt uit nitrocellulose. Deze kunstzijde heeft slechts enkele jaren succes, omdat het zeer ontvlambaar is.

1855  Alexander Parkes (Engeland) gaat door met de ontwikkeling van cellulosenitraat. Hij voegt plantaardige oliën en organische oplosmiddelen toe en maakt zo een kneedbaardere stof die tot platen kan worden geperst. Parkes krijgt er patent op onder de naam ‘Parkesine’. Grootschalige commerciële toepassing mislukt.

1868  De Amerikaan John Wesley Hyatt voegt kamfer toe aan Parkesine, waardoor het zachter wordt en goed vormbaar. Hyatt noemt zijn uitvinding celluloid. Hyatt staat tevens aan de wieg van de eerste extrusie- en persmachines. Celluloid wordt al snel wereldwijd geproduceerd. Het celluloid-tijdperk duurt van 1880 tot ongeveer 1920 en geeft onder meer een enorme impuls aan de fotografie.

Plakaat voor Alexander Parkes

Plakaat ter herinnering aan Alexander Parkes.

1872 Het eerste harde polyvinylchloride wordt gemaakt.

1887 Ontdekking van caseïneformaldehyde door de Duitsers W. Krische en A. Spitteler. Een halfsynthetische kunststof gemaakt van onder meer melkeiwit, dat op commerciële basis geproduceerd kan worden. Rond 1900 gepatenteerd. Caseïneformaldehyde wordt bekend onder de namen erenoid, galalith, kyloid, aladdinite en ameroid.

1898 Viscose-kunstzijde uit cellulose komt in productie.

Twintigste eeuw – 1900 – 1945

1902 De Duitser Otto Röhm synthetiseert methylethacrylaat tot een voorloper van het huidige plexiglas. De eerste acrylkunststof.

1907 De Belg Leo Baekeland vindt in de Verenigde Staten het fenol-formaldehyde uit en geeft het de merknaam Bakelite mee. Bakeliet is hard, onbrandbaar en blijkt zeer goedkoop te produceren.

1911 Uitvinding van polystyreen. Dat wordt in de jaren erna al snel een van de belangrijkste kunststoffen.

1912 In Moskou wordt een zacht soort polyvinylchloride (pvc) ontwikkeld.

1924 Het eerste lichtgekleurde giethars wordt gemaakt: ureumformaldehyde.  Dat wordt direct een succes en krijgt namen als bandalasta en beetle.

1928 Eerste productie van polymethylmethacrylaat (PMMA), oftewel plexiglas. Ontwikkeling van de eerste synthetische vezel: polyamide. Oftewel nylon.

1931 J.F. Hyde vindt siliconepolymeren uit, die goed tegen hitte bestand zijn. Krijgt onder meer medische toepassingen.

1935 Ontwikkeling hoge druk polyetheen (PE).

1936 Ontdekking polyurethaan in Duitsland.

1938 Ontdekking fluorcarbonpolymeren. Teflon.

Twintigste eeuw – 1945 – 2000

Na 1940 Ontwikkeling van onder meer hoge dichtheidpolyetheen (HDPE). Na de Tweede Wereldoorlog veroveren ‘plastics’ stormenderwijs de markt.

Giulio Natta, een van de ontwikkelaars van PP.

Giulio Natta, een van de ontwikkelaars van PP.

Na 1950 Ontwikkeling van onder andere polypropeen (PP) door de Italiaanse chemicus Giulio Natta en polyetheentereftalaat (PET). Nieuwe thermoplastische kunststoffen vervangen steeds vaker celluloid en andere oudere kunststoffen.

Na 1970 Ontwikkeling van onder andere nieuwe en verbeterde versies van nylon en polypropeen. Ontwikkeling Lage Dichtheid PolyEtheen (LDPE).

Na 1990 – Ontwikkeling van biologisch afbreekbare kunststoffen uit zetmeel.

Na 2000 – Ontwikkeling van koolstofcomposieten en andere vezelversterkte kunststoffen.

Deel: