Telefoons

Klik op een foto voor meer informatie
Telefoontoestellen werden lange tijd van bakeliet gemaakt. Vanaf 1913 begon in Nederland de nationalisatie van het telefoonnet en werd communicatie via de telefoon voor steeds meer mensen bereikbaar. De Administratie der Posterijen en Telegrafieën, in 1928 omgedoopt in Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT), bood veel verschillende toestellen aan. Vooral van Nederlands maar ook van buitenlands fabrikaat. Bijna alle toestellen werden gemaakt in zwart bakeliet. Later boden fabrikanten ook witte toestellen aan, van ureum-formaldehyde. Intern waren de toestellen toen nog heel verschillend en niet uitwisselbaar. Pas in 1965 werd technische standaardisatie bereikt.

Telefoon met zwengel

Op een van de foto’s een wandtelefoon uit 1955 van de Hengelose Eerste Elektrische en Mechanische Apparaten Fabriek (Heemaf), die ook locomotieven produceerde. De oudste telefoon uit 1905 heeft een zwengel om de operator te bellen. Dit toestel is van eboniet, metaal, hard rubber en bakeliet en komt uit Scandinavië, waarschijnlijk geproduceerd in 1905.

Stroom en verlichting

De thermoharder bakeliet lost niet op en is een slechte geleider voor elektriciteit. Daarom was de stof heel geschikt als isolatiemateriaal voor elektrische apparatuur. De elektrische industrie had om die reden als eerste veel belangstelling voor het fenolhars. Mede vanwege de lage productiekosten was bakeliet tot in de vijftiger jaren hét materiaal voor elektrische installaties zoals stoppenkasten, stekkers en stopcontacten.

Karbiet

Op de foto’s ook enkele karbietlampen. Karbietlampen brandden op acetyleengas, gevormd door de reactie van calciumcarbide en water. De lampen werden veel gebruikt in de mijnbouw en voor fietsen en voertuigen. Ze werden later vervangen door lampen op batterijen.

Deel: